Tamme kastanje

Sweet chestnut tree by New York Public Library is licensed under CC-CC0 1.0

De tamme kastanje, (Castanea sativa), uit de Napjesdragersfamilie (Fagaceae) is een loofboomdie in het Middellandse Zeegebied voorkomt. De hoogte van deze boom kan variëren van 25 tot 35 meter.

De tamme kastanje is gemakkelijk te herkennen aan de lancetvormige, grof gezaagde bladeren. Deze zijn donkergroen aan de bovenzijde en lichter aan de onderzijde. Na het uitlopen van de bladeren verschijnen de hoofdjesachtige mannelijke bloemen die in rijen aan lange katjes groeien. De vrouwelijke bloemen bevinden zich aan de basis van de katjes en worden omgeven door een groene, schubachtige vruchtbeker. Kevertjes, vliegen en bijen zijn de bestuivers van de tamme kastanje. Van de mannelijke bloemen komt een geur af die kevers aantrekt en op de stempel is een zoete nectar aanwezig. Bij de rijpe vrucht blijft vaak de aarvormige bloeiwijze zitten.

Glanzend bruine noten met een leerachtige textuur worden meestal in drie’s samengebracht in een geelbruine, gestekelde, vrij grote cupola. Deze beker verspreidt zich met vier kleppen. Stekels, die dienen als een soort afweer, beschermen de noten tegen de aanval van vogels en eekhoorns.

De tamme kastanje is bekend om het verschijnsel van meerstammigheid.

In de herfst is de tijd van oogsten, aangezien de rijpe vruchten van de tamme kastanje dan vallen. De vrucht van de tamme kastanje is een noot die opgesloten zit in een bolster, die wordt gevormd door schutbladen. Eens de stekelige bolster is verwijderd, kunnen de vruchten gekookt, geschild en gegeten worden. Dit staat in contrast met de paardenkastanje ( Aesculus hippocastanum ), die bij een andere familie, de zeepboomfamilie ( Sapindaceae ), behoort en giftig is.

Eekhoorns, gaaien, kraaien, muizen, wilde zwijnen en mensen consumeren de kastanjes en dragen bij aan de verspreiding van deze bomen in het wild.

De tamme kastanje is in zijn oorspronkelijke habitat terug te vinden in Zuid-Europa, Noord-Afrika en West-Azie. In deze regio’s voelt hij zich thuis in mediterrane eikenbossen, die gekenmerkt worden door warme zomers en zachte winters, voornamelijk op silicaathoudend gesteente. Boven de Alpen is de tamme kastanje een oude cultuurplant en verwilderd hij vaak.

Mensen hebben aangenomen dat de Romeinen de tamme kastanje naar Noord-Europa hebben gebracht. Recent onderzoek suggereert echter dat hij al in de late ijzertijd, ongeveer 200 jaar voor Christus, daar groeide. Het is mogelijk dat de Kelten de eetbare vruchten gebruikten om verspreiding te bevorderen. Dit was vooral het geval in de warmer gebieden in de Rijnvallei. Later begonnen de Romeinen de tamme kastanje steeds vaker te kweken om hun legioenen van voedsel te voorzien. In de middeleeuwse kloostertuinen werd hij bewust geplant.

In het zuiden van Engeland groeien er enorme exemplaren. In Noord-Amerika, echter, is de kastanjepest verantwoordelijk geweest voor het verlies van de meeste bossen van de Amerikaanse tamme kastanje (Castanea dentata).

In Nederland en België komt de kastanje als wilde boom voor, vooral op oude landgoederen. De Romeinen hebben de boom geïntroduceerd voor de vruchten. In het zuidoosten van Nederland staan veel oudere gekweekte exemplaren, waaronder bij Beek-Ubbergen, waar de Kabouterboom staat, in Arnhem en in diverse plaatsen in Limburg.

In tegenstelling tot de paardenkastanje kunnen de vruchten van de tamme kastanje worden gegeten. Men kan ze rauw eten, poffen, roosteren of koken. Daarnaast kan men ook gedroogde kastanjes verwerken in meel.

In veel Midden-Europese landen worden in de nazomer na de oogst kastanjes al op straat verkocht. In verschillende landen zoals Frankrijk, Hongarije en Zuid-Tirol is kastanjepuree (“creme de marron”, “gesztenyepure”) populair als dessert of als bijgerecht. Kastanjepuree is verkrijgbaar in blik of als poeder uit de diepvries. In Nederland worden kastanjes gepoft of gekookt.

In het Italiaanse Casola in Lunigiana worden tamme kastanjes gedroogd en vermalen tot meel. Dit meel wordt vervolgens gebruikt om het brood la marocca di Casola te bereiden. Dit brood bestaat voornamelijk uit tammekastanjemeel en wordt aangevuld met tarwebloem.

De kastanje-boom is een perfecte houtsoort voor timmerwerk; het lijkt sterk op eiken hout wat betreft kleur en structuur. De volumieke massa is iets minder, maar het heeft een hoge duurzaamheid door de aanwezigheid van looizuur in de kern. Als gevolg hiervan verkleurt het hout in contact met ijzer.

Volgens schattingen heeft een tamme kastanje een levensverwachting tussen de 200 en 500 jaar. Op Sicilië, een eiland in Italië, staat in de gemeente Sant’Alfio, langs de hellingen van de vulkaan Etna de Kastanjeboom van de Honderd Paarden, die geschat wordt om ongeveer 2500 jaar oud te zijn.

De naam van de tamme kastanje heeft waarschijnlijk zijn oorsprong in de Griekse stad Kastaneia in Pontus, een historisch gebied langs de kust van de Zwarte Zee waar hij veelvuldig gecultiveerd werd. De Romeinen veranderden de naam in Castanea. Het woord sativa is afgeleid van het Latijnse woord dat ‘gecultiveerd’, ‘nuttig’ of ‘verzadigend’ betekent.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: